Het Vredesplein
Het Vredesplein en omgeving was Bouwplan IV, het grootste bouwplan van de Vereeniging Volkshuisvesting. Al op 21-7-1910 toetste W. de Vries de bereidheid van de gemeenteraad om de (nog niet bestaande) vereniging te laten bouwen voor arbeiders in de Eindhovense fabrieken.
25-3-1911(Maria Boodschap!) opgericht bij notaris Fens.
11-7-1911 erkenning bij koninklijk besluit.



Op 16-3-1917 werd door de gemeenteraad van Woensel het stratenplan voor de bouw van 378 woningen van Volkshuisvesting goedgekeurd. Op het Vredesplein was volgens de officiële geschiedschrijver een badhuis van fl. 13.000 voorzien. Door de tijdens de grote oorlog gestegen bouwprijzen verviel het badhuis. Op de blauwdruk uit 1917 is al een plantsoen ingetekend. De meeste straten werden aangelegd met in het midden een openbare tuin met bomenrijen. Van deze ruime opzet is dankbaar gebruik gemaakt voor de aanleg van parkeervakken.


Ook van het Vredesplein is rondom een reepje afgehaald. In het boekje "een wandeling door Woensel" schrijven Govers en van der Sommen klakkeloos de tekst van eerdere publikatie over: "Het Vredesplein had een marktfunctie moeten krijgen maar is nooit als zodanig gebruikt. Vooral niet toen de Woenselse markt in 1915 werd verhard." De Markt in Woensel is dan echter al 10 jaar als marktplein in gebruik.


Er is geen sprake van een ode aan G.H.F.J. van Woerkom de gemeentesecretaris.
Wel wordt burgemeester W.M.T.C. de Vries in 1916 geëerd vanwege zijn inzet voor de woningbouw.

De naam van de huidige Bondstraat veranderde in 1916 van Schoolstraat in Nassaustraat. De Nassaustraat ging in 1920 Bondstraat heten. Naar (de exportslagerij van,) de Noordbrabantsche Christelijken Boerenbond (NCB). Deze boerenbond, die in 1896 was opgericht om het lot van de Brabantse boerenstand te verbeteren, begon in 1902 een exportslagerij op een terrein aan de Boschdijk, tussen de huidige Zoutstraat en Bondstraat in. De prijzen voor vee waren erg laag in die tijd. De bedoeling was, dat de slachterij vee voor een redelijke prijs zou inkopen, zodat de boeren er beter van zouden worden. De eerste slagerij was van hout, maar de zaken liepen zó goed, dat het jaar daarna een stenen slachterij werd gebouwd, die een grotere capaciteit had. Het ingekochte vee, kalveren en schapen, werd vooral naar Engeland getransporteerd. Het ging ongeveer vijf jaar goed met de exportslagerij, totdat na 1906 in Nederland de prijzen voor vee gingen stijgen en boeren er niet zo veel belang meer bij hadden vee aan de slagerij te leveren. In de particuliere handel kregen ze er meer voor.


Meer vredesplein