Staking en Uitsluiting

In 1907 ontstaat er ook in Eindhoven steeds meer onrust over de overgang van handwerk naar vormwerk.
De in 1901 opgerichte Eindhovense patroonsvereniging had inmiddels 87 leden-werkgevers. Ze voelde zich financieel sterk genoeg om geen eisen van de arbeiders-organisaties in te willigen.



Rol met de muisaanwijzer over de vorm.

De (mannelijke) Katholieke sigarenmakers waren voor het grootste deel lid van het Franciscus Xaveriusgilde. De geestelijke adviseurs van het gilde probeerden alle geschillen van de leden minnelijk te schikken, en anders aan de wensen van de werkgevers toe te geven. Ze vermeden conflicten en namen geen voorzorgsmaatregelen. De rijke "Internationale" uit de Harmoniestraat was niet zo volgzaam, wat een: "niet gewenschten invloed uitoefende op den Godsdienstzin en de tevredenheid der Kath. arbeiders"


Arbeiders van Aalfs en de Jongh

Bij G.H. Aalfs en G.H. de Jongh werd een 3 cents handwerksigaar met een loon van 60 cent per honderd, omgezet in een vormwerkmodel te maken in 4 vormen een z.g. imitatatie handwerksigaar voor 45 cent/100. Na protest van het Gilde werd niet de prijs verhoogd naar 50 cent, maar het aantal vormen naar 5. Zeven arbeiders gingen keurig na werktijd in staking. Een ultimatum volgde. Indien voor 12 uur op vrijdag 10 mei geen schriftelijke verklaring aan de patroonsvergadering is afgegeven dat alles bij het oude blijft, dan gaan op zaterdag alle fabrieken dicht.


Hetgeen gebeurd. Volgens de Peel en Kempenbode (sterk op de hand van de patroons) 3000 de Meijerijsche Courant houdt het op 2800. Het Gilde telt 1153 leden de internationale 130, terwijl 1300 werklieden niet aangesloten waren. Om vrouwen en kinderarbeid tegen te gaan nam het Gilde geen gehuwde vrouwen en geen jongens als lid aan. Volgens de MC waren er in totaal maar 30 vrouwen werkzaam. De cijfers over 1907 ontbreken, maar volgens het jaarrapport van de gemeent Woensel waren er in Woensel 100 vrouwen, 60 Jongens en 48 meisjes in de sigarenindustrie werkzaam. En in 1909 ongeveer evenveel



de Huishoudschool en Vrijdag

Vrijwel dagelijks waren er lijmpogingen vanuit de werknemers. Die de leden van de tegenpartij niet bereiken. Op het verwijt van Franciscus Xaverius dat de voorstellen niet doorgeven worden antwoord men: We hebben hebben jullie voorstel aangehoord, en "we hebben je niet verboden deze schriftelijk aan te bieden.
Het bestuur van de fabrikantenvereninging was graag bereid te onderhandelen mits het gilde vooraf met het standpunt van de patroons instemde. De volgende twee punten moesten worden erkend:
1- De lonen zoals die bij Aalfs en de Jongh zij vastgesteld geheel in overeenstemming zijn met die welke op de andere fabrieken gegeven worden.
2- Dat in het bijzonder het loon van 45 cent/100 voor de 3 cemts sigaar nr 41 gemaakt in 5 vormen 2 cent hoger is als normaal in Eindhoven.

Uit onverdachte richting, het christelijk-democratische blad "Recht en Plicht" krijgen de arbeiders nog een veeg uit de pan."Een jaar lang hebben zij den strijd zien aankomen en toch is er geen ammunitie in voorraad om met eigen kracht een beetje het hoofd te bieden aande patroons met wie zij een willen worstelen."
Volgens mededeling van Franciscus Xaverius, hadden zij op dinsdag 28 Mei 1907 de vroegere sigarenfabriek van de op 9-8-1905 kinderloos overleden sigarenfabrikant en Burgemeester van Woensel, Hendrikus Johannes Vlijmincx gehuurd.
Op maandag daaop volgend zou de productie beginnen. Tevens was het terrein waar even later de Antonius van Paduakerk gebouwd zou worden in optie genomen.


Dit was na een week wat prematuur, en niet geheel volgens de waarheid.
Op 6-6-1907 bleek een comite van Burgemeesters en Gemeentesecretarissen, olv van de Burgemeester van Woensel, W. de Vries net als zijn voorganger H.J. Vlijmincx behalve Burgemeester ook ondernemer, grote problemen te voorzien als de uitsluiting voort blijft duren.
"Wij willen ons niet afvragen aan welke zijde gelijk of ongelijk ligt."

"'t is waar, zoodra die arbeidersvereninging zich gewonnen geeft, zoodra zij wil bekennen dat zij ongelijk, de patroons gelijk hebben, zullen de fabrikanten niet ongenegen zijn, althans voor de meesten hunne werkplaatsen te heropenen."

"... honderden huisgezinnen, die het in gewone omstandigheden toch al niet te breed hebben, moeten zich met veel minder tevreden stellen; armoede en gebrek grijnst hen tegen"


G. de Vries, Burgemeester, Woensel
J. Vogels, Burgemeester, Strijp
A.H. van Gennip, Burgemeester, Gestel
P.M. van Vorst, Secretaris, Eindhoven
Van Woerkom, Gemeente Secretaris, Woensel
G. van Vlokhoven, Gemeente Secretaris, Gestel  
W. Müllers, Gemeente Secretaris, Stratum

 
De redacteur van de Peel en Kempenbode bagatelliseert en is een voorstander van kinderarbeid:

De Eindhovense sigarenmaker leeft onder alleszins gunstige omstandigheden.
Doorgaans bewerkt hij een stukje grond.
Deze en gene heeft een varken of een of meerdere geiten.
De vaders is het doorgaans gelukt hun kinderen werkzaam te stellen. Waardoor deze reeds zeer jong enig geld verdienen.

In 1908 in Woensel 107 kinderen op een totaal van 473 werknemers in de sigarenindustrie. En totaal 23 kinderen in de overige fabrieken samen. Alle andere bedrijvigheid vond plaats is ambachtelijke bedrijven
Met andere woorden als vader 's avonds bijwerkt, en het gehele gezin in loondienst is,kan het rondkomen.
Op zaterdag 22 Juni 1907 word het, op vrijdag door de leden van het gilde aangenomen compromis, gepubliceerd. Na zes weken is de uitsluiting voorbij. Het begint met "De werklieden erkennen dat de loonen zoals die bepaald zijn bij de firma Aalfs en de Jong, door de Patroons-Vereeniging met alle eerlijkheid naar beste weten volgens de bestaande loonregeling zijn vastgesteld." Vervolgens blijkt dat de patroons een loongarantie geven.
Dan volgt een paginalange specificatie van alle modellen en bewerkingen. Na een enkele discussie worden alle voorstellen aangenomen.






de Huishoudschool en Vrijdag